Welkom op onze website.   Click to listen highlighted text! Welkom op onze website. Powered By GSpeech
Mevrouw Heijboer-Kloosterman van harte welkom bij de vereniging.

Inloggen



Zoeken

Taalkeuze

nlenfrde

Wie is online

We hebben 50 gasten en geen leden online

De volgende leden/geregistreerde bezoekers zijn online:

Wijzigingen

RHD

Inleiding

RHD is een zeer besmettelijk virus voor zowel wilde als gedomesticeerde (huisdier) Europese konijnen. Er zijn verschillende typen en er zijn diverse namen in omloop, waaronder

  • RHD – Rabbit Haemorrhagic Disease
  • RVHD – Rabbit Viral Haemorrhagic Disease
  • RCD – Rabbit Calicivirus Disease
  • RCV – Rabbit Calici Virus
  • VHS – Viraal Hemorrhagisch Syndroom
  • VHD – Viral Hemorrhagic Disease

Het virus is zeer besmettelijk met een ernstig ziekteverloop, welke bijna altijd fataal afloopt. De ziekte wordt veroorzaakt door een type Calicivirus, namelijk het Rabbit Haemorrhagic Disease Virus (RHDV). De ziekte korten we dus af met RHD en het virus met RHDV

Het virus wordt verspreid door besmette konijnen. Het virus bevindt zich in de urine, de ontlasting, het speeksel en het oogvocht van een besmet konijn en wordt op diverse manieren verspreid door direct en indirect contact.

Waar bij myxomatose vaak muggen en vlooien de vector (drager) zijn, is dat bij RHD nog veel breder. RHD heeft in principe geen drager nodig en overleeft ook zonder prima in de buitenlucht. Ook andere dieren kunnen het virus verspreiden, denk aan vogels (o.a. kraaien) en roofdieren (o.a. vossen). Maar ook de mens kan het virus eenvoudig meenemen aan schoenen of kleding. Daarnaast kan het virus ook zitten aan planten, dus ook in hooi en (geplukt) groenvoer. Uiteraard kunnen konijnen ook elkaar besmetten.

Het virus is enorm resistent en laat zich niet makkelijk uitroeien. Zo kan het virus een temperatuur van 60° Celsius en vorst overleven. Het virus kan 9 dagen overleven in een vlieg. Het kan maandenlang zonder gastheer en in het lichaam van een overleden konijn kan het nog veel langer in leven blijven. Het virus kan zich met een snelheid van zo’n 15 tot 60 KM per week verspreiden, waarbij open water geen probleem is via insecten en vogels. Onder ideale omstandigheden kan het RHD virus theoretisch ca. 8 maanden overleven. In praktijk wordt vaak 4 maanden aangehouden. Kortom, een taai virus.

Er zijn inmiddels 3 dodelijke stammen van het Calici virus:

  • RHD v1 – de originele variant (1995)
  • RHD v1a – de Koreaanse of K5 variant (2017)
  • RHD v2 – een gemuteerde versie (2010)

Alle varianten samen worden ook wel het ‘lagovirus‘ genoemd.

Geschiedenis RHD1

Angora konijn

RHD werd voor het eerst ontdekt bij, uit Duitsland, geïmporteerde Angora konijnen.

RHD is ‘ontstaan’ in de Volksrepubliek China, in de provincie Jiangsu, in de winter van 1983. De ziekte uitte zich bij, uit Duitsland, geïmporteerde Angorakonijnen. De ziekte zorgde voor veel dode konijnen die ouder waren dan 2 maanden. De oorzaak van de ziekte was echter nog niet direct bekend, waardoor deze onder verschillende namen beschreven werd, waarvan RHD nog steeds de meeste gebruikte is. Het duurde echter nog bijna een jaar voordat het virus geïsoleerd en getypeerd werd.

In 1986 werd het virus voor het eerst in Europa (Italië) gesignaleerd. Vanuit Italië verspreidde het zich over de rest van Europa. In 1990 waren België en Nederland aan de beurt. Het RHD virus maakte gigantisch veel slachtoffers. Zo zouden er in China in 1984 140 miljoen konijnen overleden zijn aan het RHD virus. In 10 jaar tijd (1984-2004) is de Nederlandse konijnenpopulatie met zo’n 70% afgenomen.

In 1991 werd een Tsjechische stam van het RHD virus geïmporteerd in Australië. Op het eiland Wardang wilde men de bruikbaarheid en veiligheid van het virus testen, met als doel de biologische bestrijding tegen de wilde konijnenpopulatie in Australië en Nieuw-Zeeland. De quarantaine op het eiland mislukte. Het virus beperkte zich niet tot het eiland en verspreidde zich in 1995 naar het vasteland van Australië. Daar zorgde het virus ervoor dat zo’n 10 miljoen konijnen binnen 8 weken de dood vonden.

Nieuw-Zeeland besloot in 1997 om het RHD virus niet te importeren en het dus niet in te zetten om de konijnenpopulatie te minimaliseren. Echter ind augustus werd echter bevestigd dat RHD opzettelijk en illegaal was geïntroduceerd in het Cromwell-gebied op het Zuidereiland.

Het heeft tot het jaar 2018 geduurd voordat een eerste melding van RHD uit Canada kwam. Het ging om een groep ontsnapte, gedomesticeerde konijnen die op Vancouver Island leefden.

In 2019 kwam de eerste melding uit de Verenigde Staten. Ook hier ging het niet om wilde konijnen, maar om gedomesticeerde konijnen. Het wilde konijn zoals wij dat kennen in Europa (Oryctolagus cuniculus) komt niet voor in Amerika. In het wild leven daar andere soorten (cottontailsjackrabbits en vulcano rabbits), zij zijn niet gevoelig voor het RHD virus.

Geschiedenis RHD2

In 2010 werd een nieuwe stam, een gemuteerde versie, van het RHD virus ontdekt. De beschikbare vaccins tegen RHD bleken onvoldoende bescherming te bieden. Ook jonge konijnen en hazen vielen ten prooi aan deze nieuwe variant, die men RHD type 2 (RHD2 of RHDv2) is gaan noemen. In 2015 werden de eerste gevallen van RHD2 in Nederland waargenomen.

Geschiedenis RHD1 K5

Fransisco Parra, een viroloog, verbonden aan de universiteit van Oviedo (Spanje), ontdekte in 2012 een nieuwe variant van het RHD virus. De ziekteverwekker, een nieuwe stam van K5 (RHD1), is zowel extreem dodelijk als zeer besmettelijk. In 2017 heeft Australië het virus uitgezet en begin 2018 heeft ook Nieuw-Zeeland die stap gezet.

Het nieuwe Zuid-Koreaanse RHDV1 K5-virus tast de organen aan en veroorzaakt koorts, krampen, klonteringen in het bloed en problemen met de ademhaling. Een konijn dat het oploopt, sterft binnen twee tot vier dagen.

Iberische Lynx

De Iberische Lynx, indirect ook slachtoffer van het RHD virus.

De radeloze boeren in Australië en Nieuw-Zeeland zijn blij zijn met de maatregelen die genomen worden. Zij hebben te maken met een schade van ca. 200 miljoen per jaar. In Zuid-Europa levert het virus echter ook andere problemen op. Door de massale sterfte onder wilde konijnen is er een schaarste ontstaan die invloed heeft op het behoud van bedreigde roofdiersoorten. Deze dieren, waaronder de Iberische lynx en de Iberische keizerlijke adelaar leven voor een groot deel leven van konijnen. Om deze reden is biologische oorlogsvoering tegen konijnen in Australië ook een serieuze zorg voor natuurbehoud in andere delen van de wereld.

Medicatie

Door de hoge mortaliteit en snelle verspreiding van RHD heeft het een enorme impact op de economie en ecologie. De noodzaak was dus aanwezig om de aard van het virus te typeren, zodat er maatregelen getroffen konden worden. In 1990 kon men zeker stellen dat het virus niet behoort tot het parvovirus (o.a. 5e ziekte bij mensen) en of picornavirus (w.o. verkoudheid en polio), waar men verbanden mee zag, maar tot het calicivirus (geslacht Lagovirus[1].

Met deze kennis werd uit verder onderzoek ook bekend dat er nog veel meer, niet pathogene (niet-ziekmakende) varianten van RHD bestonden. Deze varianten (RCV – Rabbit CaliciVirus) zijn verder onderzocht of zij gebruikt konden worden voor de bescherming van wilde konijnen.

Door de verwoestende werking van RHD werd al snel een vaccin ontwikkeld met behulp van een geïnactiveerd virus uit de lever en de milt van geïnfecteerde konijnen. De eerste vaccins, zoals Cylap (Fort Dodge Animal Health) en Lapinject VHD (Ceva Animal Health Limited), werden al snel vervangen door een vaccin dat zowel bescherming biedt tegen RHD1 als myxomatose (Nobivac myxo-RHD).

Cylap

RHD1 K5 een variant op RHDV1, waardoor de vaccins voor RHD1 ook bescherming biedt voor de K5 variant.

Jonge konijnen hebben bij de geboorte een immuniteit die ze via de placenta en de moedermelk meekrijgen. We noemen dat maternale immuniteit. Uit later onderzoek blijkt dat de ram, via zijn sperma, ook immuniteit mee kan geven. Deze passieve immuniteit duurt ongeveer 4 tweken en geldt voor RHD1, niet voor RHD2. Ondanks dat de jongen er zelf niet ziek van worden, kan het virus zich wel vermenigvuldigen en kunnen de jongen het virus wel verspreiden.

Voorkomen

RHD kan je niet voorkomen, maar je kan wel maatregelen nemen om de kans op RHD te verkleinen.

  • Allereerst is er vaccinatie. Preventieve bescherming is erg belangrijk. Let goed op dat de gekozen vaccinatie(s) bescherming biedt tegen alle varianten van RHD. Zie voor meer informatie ook de paragraaf over entstoffen.
  • Goede hygiëne. Zorg dat het hok en of de ren regelmatig schoon gemaakt worden. Denk ook aan de voer- en waterbakken, eventueel speelgoed en andere attributen.
  • Eigen hygiëne is belangrijk om verspreiding van het virus te beperken. Was uw handen extra goed met water en zeep vóór en na het voeren en verzorgen van uw konijn. Wandelt u in een risicogebied waar ook (veel) wilde konijnen voorkomen? Dan kunt u beter thuis schoenen wisselen en/of ontsmetten. Ga in ieder geval niet met dezelfde schoenen de eigen ren in.
  • Zorg dat er geen direct contact mogelijk is tussen wilde konijnen en je eigen konijn.
  • Let op met bezoek aan anderen met zieke dieren
  • Hooi kan ook van velden of uit landen komen waar RHD voorkomt. Hooi moet daarom goed gedroogd zijn en minimaal 1,5 maand geleden verwerkt zijn.
  • Pluk geen grassen en onkruiden in gebieden waar ook wilde konijnen komen. Denk ook aan groente uit een moestuin waarvan je weet dat het door wilde konijnen bezocht wordt. Grassen, (on)kruiden en groenten zijn echter wel van belang voor een konijn. Bewust plukken is mijns inziens dus beter dan helemaal vermijden.
  • Probeer insecten te weren, bijvoorbeeld door het aanbrengen van horrengaas of een klamboe. Denk er wel om dat er voldoende lucht (voor zuurstof en afkoeling) het hok en/of de ren in kan komen.
  • Berg voer en dergelijke op in afsluitbare tonnen, zodat muizen en ratten zoveel mogelijk geweerd worden.
  • Neem of koop geen nieuwe konijnen die niet gevaccineerd zijn. Denk hierbij ook aan de tijd die de entstof nodig heeft om voldoende bescherming te bieden. Zet nieuwe konijnen (ca 14 dagen) eerst in quarantaine indien dat mogelijk is.
  • Vermijd dierenwinkels waar niet-gevaccineerde konijnen verkocht worden.
  • Begraaf een aan RHD overleden konijnen niet, maar laat het cremeren of vernietigen. Dat klinkt heel hard en voor veel mensen zal het een zware beslissing zijn, maar het RHD virus kan makkelijk zo’n 3 maanden overleven onder de grond, waardoor het lichaam dus lange tijd een infectiebron blijft. Om het virus een halt toe te roepen is het dus beter om het konijn niet te begraven.
  • Neem geen (zieke) wilde konijnen mee naar huis!
  • Informeer jezelf een anderen over RHD. Hoe meer eigenaren goed geïnformeerd zijn, hoe beter het is. Het is net als met vaccinaties van mensen: een hogere vaccinatiegraad verkleint de kans!
  • U kunt bij (per)acute sterfte pathologisch onderzoek laten doen, om zodoende de oorzaak vast te stellen.
  • Indien uw konijnen niet gevaccineerd zijn en u heeft het vermoeden dat RHD de oorzaak van sterfte is, kunt a alsnog overwegen een zogenaamde ‘noodvaccinatie’ te laten zetten. Uw konijnkundig dierenarts kan u hierover meer vertellen.
  • Treft u dode wilde konijnen aan? Meldt deze dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) via hun website.

Symptomen RHD

RHD verspreid zich zeer snel en heeft een hele korte incubatietijd van 3 tot 4 dagen. Het tast diverse organen in het konijnenlichaam aan, waaronder de lever, de milt, de nieren en de longen waar het bloedingen veroorzaakt. Het pathologische beeld van de
lever is een lichte kleur met een gemarmerde tekening. De milt is vergroot en de longen en de longen vertonen veel kleine rode haardjes, die ontstaan zijn door kleine bloedpropjes.
Het konijn overlijdt aan het samenklonteren van bloed in de bloedvaten of aan het falen van de lever.

RHD Konijn

Klassiek beeld van de acute vorm van RHD, hoofd achterover in de nek en bloed uit de neus en genitale delen.

Er zijn drie manieren waarop het RHD virus zich manifesteert:

  1. Peracuut | Een zeer ernstige vorm en van zeer korte duur, over het algemeen snel fataal: de peracute vorm resulteert in een plotselinge dood. Deze vorm komt het meest voor en is voor sommige eigenaren ook herkenbaar. Ook op social media wordt deze vorm vaak beschreven aan de hand van het voorbeeld waarbij het konijn nog helemaal in orde was, nog normaal gegeten had en ‘ineens’ dood lag. Soms gaf het konijn nog een luide schreeuw, maar net zo vaak was het plotseling over.

  2. Acuut | Deze konijnen tonen een slome, inactieve tot wel lethargische houding. Het konijn heeft koorts (meer dan 40°C) en een verhoogde snelheid met ademhalen. In de meeste gevallen overlijdt het konijn binnen 12 uur. Vlak voor overlijden neem je soms een bloedigere (schuimachtige) substantie uit de neus en/of de vagina, stuiptrekkingen door verstoppingen in de bloedvaten of andere neurologische symptomen (tremoren) waar.
    Het meest klassieke beeld is een konijn met het hoofd achterover in de nek liggend waarbij er bloed uit de neus komt, maar dat beeld is niet altijd zo te bij deze vorm.
    Heel af en toe overleeft een konijn deze vorm en krijgt binnen een paar dagen geelzucht en overlijdt dan alsnog. Het enkele konijn dat ook dit overleefd zal voor de rest van zijn/haar leven een beschadiging aan de lever overhouden.

  3. Subacuut | Een milde vorm waarbij de ziekte niet ernstig genoeg is om duidelijke en waarneembare symptomen te vertonen. Konijnen die deze vorm hebben en overleven, zijn immuun voor deze vorm van RHD. Het is echter lastig om deze vorm ook daadwerkelijk vast te stellen. Er kan door een dierenarts niet eenvoudig de diagnose RHD vastgesteld worden, voornamelijk door het ontbreken van duidelijke symptomen.

Symptomen RHD2

RHD2 lijkt in vele opzichten op RHD1, maar het duurt wel wat langer voordat symptomen zichtbaar worden. De incubatietijd is 3 tot 9 dagen. De subacute vorm komt bij RHD2 meer voor dan bij RHD1, waardoor meer konijnen het virus overleven. Vanaf 2017 wordt echter gemeld dat RHD2 virulenter geworden is. Dit houdt simpel gezegd in dat er inmiddels meer konijnen overlijden aan RHD2 dan daarvoor.
Er is geen sprake van maternale bescherming voor jonge konijnen via placenta en moedermelk, zoals dat wel het geval is bij RHD1.

Immuniteit

Omdat RHD virus in staat is om te veranderen zijn er inmiddels ook verschillende varianten van het virus. Een konijn hoeft niet perse ziek te worden van deze mutaties, maar ze kunnen er wel voor zorgen dat er anti-stoffen aangemaakt worden. Hierdoor kunnen konijnen immuniteit opbouwen. Ook tegen RHD1 en RHD2.

Behandelen

Er bestaat geen geneesmiddel voor een konijn met RHD. Het enige dat je dan kunt doen met een besmet konijn is symptoombehandeling. Zorg dat het konijn warm gehouden wordt. Je kunt het ook vitaminen geven. Daarnaast kan een dierenarts vocht inbrengen (infuus), antibiotica toedienen en pijnstillers geven. Uit de praktijk blijkt dat bijna alle gevallen toch fataal aflopen.
Let in ieder geval goed op met infectieoverdracht met een besmet konijn.

Ontsmetten

Mocht het gebeuren dat een konijn overlijdt aan de gevolgen van RHD is het wijs om daarna ook actie te ondernemen.

  • Begraaf het konijn (infectiebron) niet in de tuin, maar laat het cremeren of vernietigen
  • Maak hokken goed schoon. Na het zorgvuldig leeghalen en afvoeren van de besmette bodembedekking (stro, zaagsel, hooi, etc) kan je het hok goed uitboenen met een krachtig schoonmaakmiddel.
  • Gebruik een verfbrander om de naden en kieren van een houten hok uit te branden. Het RHD virus wordt gedood bij temperaturen hoger dan 60°C
  • Schoonmaakmiddelen als chloor, bleek en Dettol zijn niet afdoende. Gebruik een effectief middel zoals Virkon S of Anigene HLD4V. Beiden bestrijden bewezen het myxomatosevirus, beide RHD virussen en EC sporen, naast allerlei andere bacteriën en schimmels. Je kunt het ook gebruiken in een sprayflacon of een ontsmettingsbak om bijvoorbeeld schoenzolen te desinfecteren.

VirkonS

Virkon S is een heel goed middel om te desinfecteren en te reinigen. Verkrijgbaar in diverse verpakkingseenheden.

Gevaccineerd en toch ziek

Geen enkel vaccin kan 100% garantie bieden, dus ook vaccinaties tegen RHD niet. Een virus type (stam) kan immers veranderen. Daarnaast kan men ook niet garanderen dat elk konijn op eenzelfde manier reageert op het vaccin en de juiste (hoeveelheid) antistoffen aanmaakt. De kans dat een gevaccineerd konijn toch besmet raakt en ziek wordt is echter wel vele malen kleiner dan een niet-gevaccineerd konijn. Met de wetenschap dat er geen behandeling en/of geneesmiddel bestaat voor een konijn dat eenmaal ziek is, is preventieve bescherming de enige manier om überhaupt bescherming te bieden.

Bron: website konijnerlei.nl

Click to listen highlighted text! Powered By GSpeech